Geef planten correct water

Sommige tuiniers lopen van maart tot september met een tuinslang of een gieter rond, anderen geven hun planten nooit extra water. Daar zijn verschillende oorzaken voor:

  • zandgrond houdt nauwelijks water vast, kleigrond net heel veel;
  • bodems met veel organische stof houden water langer vast;
  • pas bewerkte, losse grond droogt sneller uit dan aangedrukte grond;
  • volwassen groenten hebben minder water nodig dan jonge plantjes.

Let op! Als je planten water geeft, geef ze dan een flinke hoeveelheid. Anders worden alleen de bovenste centimeters van je grond vochtig, waardoor de planten oppervlakkige wortels krijgen. Zo blijven je planten afhankelijk van de gieter.

Niet alle soorten water zijn geschikt om planten te begieten.

  • Regenwater is de beste keuze. Maak je regenwaterput of –ton regelmatig schoon en sluit ze af, zodat er geen dieren in kunnen. Enkel regenwater dat over een dak met asbestplaten heeft gestroomd, mag je niet in de tuin gebruiken.
  • Grondwater is een tweede optie. Vraag een vergunning aan om het op te pompen en gebruik het meteen. In streken met een gekende vervuiling of een dalende grondwaterspiegel kies je beter niet voor grondwater.
  • Gebruik kraantjeswater enkel in nood. Het heeft een lang en duur zuiveringsproces achter de rug en is bedoeld als drinkwater. Verspil het liever niet als gietwater.
  • Oppervlaktewater (van kanalen, rivieren, meren, plassen …) is geen goede keuze om planten mee te gieten. Er zitten vaak schadelijke bacteriën in.
  • Om dezelfde reden is ook afvalwater uiteraard geen optie.