Een goede locatie

Niet elke plek is even geschikt voor een moestuin. Om een goede locatie te kiezen hou je best rekening met:

  • lichtinval. Groenten hebben zonlicht nodig om te groeien. Sommige soorten, zoals rabarber, aardbeien of rode biet, verdragen wel wat schaduw, maar in een zonnige tuin groeien ze toch beter. Vooral de ochtendzon en de middagzon zijn belangrijk. Een tuin die altijd in de schaduw ligt, is niet geschikt als moestuin.
  • beschutting tegen wind. Hagen en struiken beschermen je moestuin tegen felle wind. Dat is vooral belangrijk aan de noord- en westkant van je tuin. Het oosten en zuiden laat je beter open om zonlicht door te laten.
  • afstand van gebouwen. Groenten telen doe je beter niet vlak naast je huis of tuinhuis. Regenwater dat over buitenmuren of geverfde ramen naar beneden stroomt, kan de grond verontreinigen. Laat daarom minstens 50 centimeter afstand tussen je huis en je moestuin.
  • afstand van verkeer. Een drukke weg of spoorweg vlak naast je tuin kan voor vervuiling zorgen. Laat indien mogelijk 30 meter afstand tussen de (spoor)weg en je moestuin. Een hoge en brede struikengordel naast de (spoor)weg kan veel fijn stof opvangen. Ook achter een hoge huizenrij of op een dakterras zijn je groenten beter beschermd. 

Maak je perceel tuinklaar

Als je een moestuin aanlegt, moet je de grond eerst klaarmaken om te tuinieren. Hoe je dat doet, hangt af van de begroeiing die er al is:

  • Weidegrond of gazon: maai eerst het gras zo kort mogelijk. Spit daarna de grond om. Eén steek diep spitten is voldoende, zo haal je de bodemlagen niet te veel door elkaar. Leg de graskant onderaan, zodat het gras niet meteen teruggroeit in de lente. Trek tot slot de grond vlak met een frees.
  • Braakland met grote struiken en planten: zaag struiken en planten vlak boven de grond af, of schakel een tuinaannemer in om alles machinaal te verwijderen. Nadien trek je de grond vlak met een frees. Laat bomen en struiken staan op stukken die je niet als moestuin inricht: ze zijn ecologisch heel waardevol.

Je grond tuinklaar maken doe je best in een droge periode: als je natte grond bewerkt, beschadig je de bodemstructuur. Gebruik geen onkruidverdelgers: zulke middelen roeien onkruid snel uit, maar ze zijn ongezond voor mens en milieu en blijven nog een hele tijd in de grond zitten.