Een vruchtbare bodem

Een vruchtbare bodem is de basis van een mooie oogst. Door correct te bemesten en te bekalken voeg je stoffen toe die je groenten beter doen groeien. Met compost van je tuin- en keukenafval kom je al een heel eind. Let zeker op deze zaken:

  • Gebruik compost en/of dierlijke mest of organische meststoffen. Gebruik je dierlijke mest, vraag dan na of er herbiciden gebruikt werden in de wei. Is dat het geval, gebruik het dan beter niet. Een bodem heeft voldoende organische stof nodig. Compost kun je zelf maken van tuin- en keukenafval of in de winkel kopen (met certificaat). Gebruik liever geen kunstmest: die levert wel voedingsstoffen, maar houdt het gehalte aan organische stof niet op peil.
  • Een vruchtbaarheidsanalyse vertelt je precies hoeveel compost en andere stoffen je bodem nodig heeft. Een standaard bodemvruchtbaarheidsanalyse kost gemiddeld 73 euro. Een lijst met erkende labo’s vind je hier.  Hoe je een bodemstaal neemt, kan je vinden in het staalnameprotocol (201 kB).
  • Vermijd diep spitten. Maak de grond gewoon los tot een diepte van 15 centimeter, zonder hem om te keren. Zo beschadig je de bodemstructuur niet en breng je extra zuurstof in de grond.
  • Voorkom kale tuingrond. Tijdens de groeiperiode bedek je de grond tussen de gewassen met 2 à 3 centimeter vers organisch materiaal, zoals pas gemaaid gras. Dat noemen we mulching. Na de oogst bedek je de bodem met afgevallen bladeren, hooi of stro. Dat houdt onkruid weg en zorgt ervoor dat goede grond niet kan uitdrogen of afspoelen. In maart neem je alles weer weg, zodat de grond kan opwarmen. Let op: wie veel last heeft van slakken, muizen of woelratten laat bodembedekking beter achterwege.
  • Kalk strooien is alleen nodig als je bodem te zuur is. Dat kun je gratis laten testen in een tuincentrum in je buurt.
  • Het zaaien van een groenbemester na oogst wordt vaak gedaan om de grond in de winter bedekt te houden.

Composteren doe je zo!

  • Kies een plaats in de schaduw voor je compostvat of –hoop.
  • Zorg voor een goed mengsel van grof materiaal (takjes, snoeiafval, houtsnippers) en fijn materiaal (grasmaaisel, groente- en fruitresten). Zonder grof materiaal krijgt je compost te weinig lucht en gaat alles stinken.
  • Notendoppen, keukenrolpapier, theezakjes, aardappelschillen en resten van groenten en fruit mogen bij je compost. Ook haagscheersel, grasmaaisel, herfstbladeren en versnipperd snoeihout mogen erbij.
  • Timmerhout, dierlijk afval, wegwerpluiers, kattenbakvulling, zand, as van de open haard en stof uit de stofzuiger horen NIET thuis in compost.
  • Onkruidstengels mogen bij je compost, maar de zaden moet je verwijderen. Anders krijg je later overal waar je compost strooit onkruid.