Plant- en diervriendelijke tuin

Ons milieu én je moestuin hebben veel verschillende planten- en diersoorten nodig. Heel wat insecten en andere beestjes hebben het op je groenten gemunt. Als je de natuurlijke vijanden van die beestjes in je tuin uitnodigt, zijn bestrijdingsmiddelen overbodig. Denk maar aan lieveheersbeestjes die met veel plezier bladluizen verorberen. Hoe geef je biodiversiteit een plaats in je tuin?

  • Voedselbronnen en schuilplaatsen trekken nuttige dieren en insecten aan. Een heg van inheemse struiken is een goed idee. In kleinere tuintjes plaats je een insectenhotel of plant je bloemen die insecten aantrekken. Onder meer kamille, venkel, dille, krokussen, sneeuwklokjes, munt, vlinderstruiken, tijm, wilde marjolein, lavendel, klimop en klaver zijn insectvriendelijke planten. Een takkenwal is een prima schuilplaats voor een egel. Nestkastjes en bessenstruiken zijn een duwtje in de rug om vogels aan te trekken.
  • Zachte tuinpaden. Houtsnippers zijn een goede keuze om waterdoorlatende paden begaanbaar te houden. Enkel in specifieke gevallen, bijvoorbeeld voor tuiniers in een rolstoel, leg je verharde paden aan.
  • Een natuurlijke inrichting. Bestaande landschapselementen zoals een haag, bomen of een poel behoud je liefst zoveel mogelijk. Wil je bepaalde bomen of struiken toch verwijderen, check dan bij de groen- of milieudienst of je een vergunning nodig hebt. Denk eraan dat bomen in je tuin veel water opnemen. Leg dus geen moestuin aan onder een boom of vlak naast een haag.

Let op!
Gebruik geen pesticiden. Die middelen roeien ook nuttige dieren en planten uit. Ze zijn ongezond voor mens en milieu en sommige pesticiden blijven nog lang in de grond zitten. Op www.zonderisgezonder.be vind je alternatieve bestrijdingsmiddelen.